Over Oldtimer (2015) zijn de volgende recensies verschenen:

 

© Hebban: “Intrigerende bundel over menselijke worstelingen” **** 

Door: Istvan Kops

'Er zijn verhalenbundels in allerlei soorten en maten. (...) Oldtimer is strikt genomen een novelle waaraan een paar korte verhalen toegevoegd zijn. Al doet dat ook weer niet echt recht aan de verhalen, die net als de novelle bijzonder de moeite waard zijn om te lezen.

Het is duidelijk dat David Westling (1988) zich heeft laten inspireren door Stephen King, die het thema tijdparadoxen al uitgebreid heeft verkend, maar stilistisch doet David Westling verrassend genoeg niet eens zoveel onder voor de grote meester, voor zover daarvan al sprake is. Het dilemma waarin de hoofdpersoon verkeert tussen enerzijds het verleden met rust laten of ingrijpen om onheil te voorkomen, wordt op een mooie manier onder woorden gebracht: "Ik was een inbreker die het slot tussen de tijd had gekraakt, maar dat was geen fameuze daad, niets om trots op te zijn. Het was een zonde. De tijd, de grote constante, een onzichtbare dictator die tegenwicht biedt aan zichtbare chaos." Westling laat je door dit soort tot nadenken stemmende passages stilstaan bij de beperkingen die de tijd aan de mens oplegt en bij de vraag of je je leven overnieuw zou willen doen als je daartoe de kans krijgt.

Ook in de overige verhalen verkent Westling thema's als het (nood)lot, de beperkingen van de mens en zijn voortdurende zoektocht naar vrijheid. (...) Wat telkens weer opvalt zijn de prachtig geformuleerde zinnen en uitgewerkte gedachtes, waardoor de worstelingen van de personages, hun onzekerheden en hun kwetsbaarheid mooi worden uitgelicht en goed invoelbaar worden gemaakt. Het is overigens niet alleen maar kommer en kwel. In bijna alle verhalen gloort er hoop voor de betrokkenen, waardoor de bundel uiteindelijk toch een positieve lading meekrijgt.'

 

 

© NBD Biblion

Door: J.J. Groen

'Dit boek van David Westling (1988) oogt als een roman, maar is zijn tweede verhalenbundel. (...) Opvallend is de sterk magisch-realistische inslag, vooral in het titelverhaal. Daarin belandt een kleine autodief, Lester Perry, door magische eigenschappen van een door hem gestolen, onweerstaanbare auto, in het jaar 1956. Westling vervlecht het heden en verleden uitermate ingenieus, waardoor de lezer steeds verder in het verhaal getrokken wordt, en hij eindigt met een heel bijzonder plot. Het vierde verhaal, 'Kramers Intermezzo' is een pareltje van vertelkunst over hoe een werkloze man zichzelf weer uitvindt. Alle verhalen zijn geschreven in bijzonder goed verzorgde en toegankelijke taal, waardoor de lezer uitgenodigd wordt in het boek te blijven lezen.'